De diabetes diagnose-sneltrein
Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on whatsapp
Share on email

De diabetes diagnose-sneltrein

“Ja, ja… En heb je ook veel dorst?” vroeg mijn huisarts.
“Eh, ja… Ik heb wel dagen gehad dat ik wat meer dorst had geloof ik.”
“Ja, ja… dat extreme gewichtsverlies en alles wat je me net verteld hebt bij elkaar lijkt het allemaal in de richting van diabetes te wijzen.”

Bam. Diabetes. Hij heeft het gezegd.
Het was uiteraard wel één van de opties in mijn hoofd waarmee ik deze afspraak in ging, want uiteraard had ik alle symptomen bij elkaar al even door Google gegooid. Diabetes of een probleem aan de schildklier waren realistische opties die daar uit naar voren kwamen. Maar om het zo hardop te horen is toch wel even een klap in het gezicht.

Het lijkt vervolgens – heel cliché, maar waar – alsof ik een in een sneltrein wordt geslingerd. Een vingerprik in de huisartsenpraktijk met een extreem hoge waarde van 21,8 later, stap ik op de fiets richting de apotheek.
Ik bel mijn moeder: “Mam, ik heb diabetes. Type 2 zegt de huisarts. Ik moet nu pillen halen en een apparaatje om thuis mijn waarden te meten,” zeg ik terwijl de tranen in mijn ogen prikken en mijn adem stokt.

Thuis eten mijn vriend en ik een boterham, ik prik nog een keer mijn waarde, ik fiets naar mijn werk en doe nog even alsof er niets aan de hand is. De afspraak die ik vanmiddag heb staan wil ik per se door laten gaan. Grappig genoeg blijkt degene met wie de afspraak is ook een vorm van diabetes te hebben en kan ik de rest van de dag gelijk veel informatie vergaren. “En je huisarts weet zeker dat je type 2 hebt?” vraagt hij nog. “Je hebt er echt het postuur niet voor, hoor. Het zou me verbazen.”

de trein dendert verder…

Fast forward naar 24 uur later. De sneltrein waar ik in ben gesprongen heeft me inmiddels nuchter langs het ziekenhuis gebracht om een paar buisjes bloed af te laten tappen. Nu zit ik tegenover twee vriendelijk kijkende zorgspecialisten die vanaf vandaag onderdeel gaan zijn van mijn leven: mijn internist en verpleegkunde specialist.
“Nee, type 2 lijkt me niet waarschijnlijk.” zegt de man. “Waarschijnlijker is het dat je type 1 hebt, dus zo willen we je ook gaan behandelen.”

Ik knipper met mijn ogen en laat de stroom aan informatie over me heen komen. Dit betekent dat ik na deze afspraak weer op de fiets naar mijn apotheek moet en vanavond nog moet beginnen met het spuiten van langwerkende insuline. De kortwerkende insuline voor bij de maaltijden mag ik ook alvast ophalen, maar daar starten we een paar dagen later pas mee. Het betekent ook dat de hoop die ik had op het beperken van medicatie door het aanpassen van mijn voeding – wat bij diabetes type 2 mogelijk is – bij deze vervlogen is. “Helaas heb je je leven lang insuline nodig.”

Vervolgens gaat het allemaal zo snel: weer langs de apotheek, in de avond eerst oefenen met prikken op een halve sinaasappel om te zien hoe het nu precies werkt, en na een paar dagen voelt in ieder geval het vingerprikken en insuline spuiten al een stuk ‘normaler’. En hoe gestructureerd ik het in vingerprikken eerste instantie ook aanpak (de even dagen prik ik aan de voorkant van mijn vingers, de oneven dagen aan de achterkant), al snel beginnen mijn vingers blauw te kleuren.

“Mag ik er uit als hij zo stopt?”

De sneltrein is rap vertrokken en slingert me langs de stations ‘Boos’ en ‘Verdrietig’. Hij maakt ook een paar stops bij station ‘Onrustig’ en ‘In paniek’ en blindeert ondertussen de ramen van zijn wagons ook nog een beetje: mijn zicht wordt namelijk na een paar dagen slechter. Alles wat dichtbij is, is onscherp en wazig. Lezen en werken wordt op deze manier onmogelijk. Het past allemaal perfect in het plaatje van het hebben van diabetes.

Pas wanneer de labresultaten van mijn tweede bloedonderzoek binnen zijn en er daadwerkelijk antistoffen voor type 1 zijn vastgesteld, mindert de sneltrein wat vaart. Mag ik er uit als hij zo stopt? Ja, ik geloof het wel.
“Rustig aan, kleine stapjes, morgen wordt een betere dag.” mompel ik tegen mezelf. “Rustig aan. Rustig aan.”

Deel dit bericht:

Over de auteur: Hoi, ik ben Kai! Ik kreeg in september 2020 de diagnose diabetes type 1 (LADA) en moest daardoor mijn leven behoorlijk omgooien. En dus probeer ik alles wat ik voorheen zo graag deed nog steeds te doen, maar nu terwijl ik mijn diabetes strak onder controle houd! Je vindt me bijvoorbeeld op werk (bij ARTIS), op het toneel (bij Toneelgroep Muzak), met vrienden ergens op stap of met mijn hoofd in de boeken voor de leeschallenge die ik dit jaar doe!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Gerelateerde berichten

Sommige mensen zijn van zichzelf heel beschouwend. Ze evalueren aan het einde van de week wat er die week allemaal goed en fout is gegaan in de hoop het volgende week beter te doen. Ze maken een uitgebreide lijst met goede voornemens voor het nieuwe jaar. Of ze kijken juist naar wat voor stappen ze het afgelopen jaar allemaal hebben gezet, en waar ze staan ten opzichte van vorig jaar. Ik geloof niet dat ik per se zo iemand ben.
Het gewone leven is weer begonnen. Er mag weer meer: ik mag weer naar toneelrepetities, ik ben weer bijna alle dagen aan het werk in ARTIS in plaats van thuis en ik kan weer uit eten in een restaurant. En zo mogen er nog wel meer dingen die erop duiden dat het gewone leven weer begonnen is.
Daar sta ik dan. Ik haal mijn fiets van het slot. Ik ben anders dan een uur geleden. Een uur geleden was ik nog gewoon Kai.